Menu

Minder ritmestoornissen door hartsynchronisatie

foto biv ICDEen relatief nieuwe behandelmethode leidt bij patiënten met een sterk verminderde pompfunctie van de linkerhartkamer tot een lagere kans op hartritmestoornissen. Tenminste, wanneer deze op de behandeling reageren. Dat concludeert Joep Thijssen, promovendus, uit zijn onderzoek naar de effecten op hartritmestoornissen aan de hand van Cardiac Resynchronization Therapy (CRT).

Normaal gesproken krijgen patiënten met een dergelijk hartfalen, dat dermate ver gevorderd is dat medicatie en een eventuele operatieve ingreep alleen niet meer afdoende zijn, een ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator) geïmplanteerd. Een ICD is een kastje dat het hartritme bewaakt en een elektrische shock geeft als een levensbedreigende hartritmestoornis optreedt.

 

Sinds een jaar of acht krijgen LUMC-patiënten waarbij de pompfunctie van het hart verder afneemt, een 'upgrade' naar een CRT-defibrillator, die de elektrische geleiding van de afgezwakte linkerkamer weer synchroniseert. Patiënten waarbij deze behandeling aanslaat, de 'responders', hebben een betere overleving en ervaren minder klachten die veroorzaakt worden door het hartfalen.

Door een groep van ICD naar CRT geüpgrade patiënten voor langere tijd te monitoren, heeft Thijssen kunnen vaststellen dat "CRT-responders" ook minder last hebben van hartritmestoornissen. Dit zou kunnen komen doordat de wandspanning van de linkerkamer vermindert, waardoor het hartspierweefsel minder vatbaar is voor dergelijke ritmestoornissen.

Waakzaamheid is geboden voor de pakweg 30% die niet op CRT reageert. Bij hen zie je een verdere achteruitgang welke gepaard gaat met een toename van het aantal hartritmestoornissen. "Wie deze patiënten zijn en waarom zij niet reageren op CRT is tot op heden helaas nog niet vooraf te voorspellen, waardoor momenteel dus bij een deel van de patiënten achteraf gezien, onnodig een ICD met CRT wordt geïmplanteerd. Omgekeerd, bij patiënten die zo goed op de behandeling reageren dat hun pompwerking weer relatief normaal is, rijst de vraag of zij op een bepaald moment überhaupt nog een ICD nodig hebben. Joep Thijssen hoopt hier in de nabije toekomst meer over te kunnen zeggen.